Wanneer de merklap precies ontstaan is, is tot op heden onbekend. Wel is er een afbeelding van een merklap te zien op een schilderij van Joos van Cleve "De heilige familie", omstreeks 1520 vervaardigd te Antwerpen. De oudste in Nederland aanwezige merklap dateert uit 1572. Deze doek is in het bezit van en te bezichtigen in het merklappenmuseum in Dieteren. 

Waarschijnlijk werden er voor die tijd ook wel merklappen gemaakt, want de eerste gedrukte patronenboekjes van Johann Schonsperger te Augsburg verschenen in 1523. In Nederland werd in het begin voornamelijk naar patronen van moeders merklap of zelf "ontworpen" naar bijbelse taferelen gewerkt.

Door wie?
Bij het bekijken van iedere merklap vraagt men zich af: wie was de maakster en onder welke omstandigheden werd gewerkt?
Merklappen werden gemaakt door meisjes, in leeftijd varierend van 5 tot 14 jaar, als oefening voor het borduren en merken van het later door hen te maken linnengoed en/of kledingstukken voor hun uitzet. Het alfabet gebruikte men voor het merken van de linnenuitzet en de cijfers om aan te geven hoeveel men van een bepaald soort bezat.

Vroeger was het gebruikelijk om het linnengoed 1 à 2 keer per jaar naar wasserijen en blekerijen te brengen. Om diefstal of verwisseling te voorkomen moest het linnengoed derhalve gemerkt worden.

De merklappen werden vaak onder moeders leiding gemaakt, maar ook wel onder leiding van een Matrasse (lerares). Dit was veelal de vrouw van de schoolmeester. Rond 1880 kwam de schoolwet waarin werd opgenomen, dat aan de lagere scholen onderwijs gegeven diende te worden in o.a. 'fraaie handwerken voor meisjes'. Dit was de aanzet voor de welbekende rode schoollapjes.

English text

Alle inhoud is auteursrechtelijk beschermd.
© 2017 Vereniging MERKWAARDIG Alle rechten voorbehouden.